Geschiedenis van kappers

Het beroep van kapper is al millennia oud. Niet gek ook, want ons haar groeit natuurlijk altijd, ongeacht of het geknipt wordt of niet. In de steentijd werd het haar van mensen al ‘geknipt.’ In deze tijd geloofden ze namelijk dat het kwaad in het haar zou zitten. Daarom besloten ze het af te knippen. Echter waren er in die tijd nog geen scharen. Daarom werd dit met een scherpe steen gedaan.

Vanaf de tijd van de Grieken kregen barbieren een belangrijke rol. Mannen werden namelijk door hun lange baarden in de strijd van hun paard getrokken. De barbieren waren er dus verantwoordelijk voor dat iedereen in het leger kort genoeg haar had, dat dit niet kon gebeuren.

In de middeleeuwen kregen de kappers er wat taken in hun takenpakket bij. Niet langer waren zij alleen verantwoordelijk voor het knippen en verzorgen van het haar en de baard, maar ook  voor het trekken van tanden en het uitvoeren van kleine operaties en chirurgische ingrepen.

Dit duurde tot het einde van de 18e eeuw. Daarna werd dit uit het takenpakket verwijderd en aan dokters die de doktersopleiding hadden gevolgd. Kappers gingen zich bezig houden met het knippen er verzorgen van haar en baarden, en kregen daar wel nog een taakje bij. Deze taak was een stuk meer gerelateerd aan hun expertise. Ze moesten namelijk nu ook pruiken maken.

Gelukkig hoeft dit alles tegenwoordig niet meer. Het zou toch wat zijn als kappers in delft nog steeds tanden zouden moeten trekken, terwijl degene ernaast een boblijn geknipt krijgt. Tegenwoordig zijn kappers zelfs zo gespecialiseerd dat ze zich nog maar op 1 groep focussen. Zo heb je bijvoorbeeld herenkapper delft en vrouwenkappers. Hierdoor zijn ze nog beter in wat ze doen. Want hoe meer je op iets oefent, hoe beter je het kunt doen na verloop van tijd.

 

 

 

 

https://www.onekappers.nl